Wat na een doctoraat in Vlaanderen?
Met je doctorstitel en de
vaardigheden die je hebt verworven liggen er heel wat mogelijkheden voor je
open. Een academische carrière is er slechts één van. In
onze kennismaatschappij worden de 'kenniswerkers' die gedoctoreerden zijn
immers steeds meer naar waarde geschat.
Onderzoekscarrière
Door een doctoraat te behalen heb je
bewezen dat je in staat bent om zelfstandig wetenschappelijk onderzoek te
verrichten. Een onderzoekscarrière lijkt dan ook een logisch vervolg.
Vaak wordt daarbij in de eerste plaats gedacht aan de academische wereld, maar
dat is lang niet de enige mogelijkheid.
Een academische carrière begint vaak
met een postdoctoraal mandaat. Dit kan gefinancierd worden door de eigen
instelling (universiteit of onderzoekscentrum), of door externe instanties
zoals het FWO. Om door te stromen naar het permanente kader (ZAP) van een
Vlaamse universiteit, kan je dan solliciteren op een vacante functie bij een
van de universiteiten. Er zijn ook speciale BOF-ZAP-mandaten, bestemd voor
toponderzoekers, die door dit mandaat de gelegenheid krijgen om zich een aantal
jaren vrijwel exclusief aan hun onderzoek te wijden. Tenslotte werden recent,
naar Amerikaans model, de zogenaamde tenure track-mandaten ingevoerd.
Talentvolle postdoctorale onderzoekers krijgen zo de kans om in optimale
omstandigheden door te groeien naar een vaste aanstelling.
De universiteit is uiteraard niet de enige
plaats waar onderzoek verricht wordt. Het is ook mogelijk om een onderzoeksloopbaan
uit te bouwen aan één van de Vlaamse en
federale onderzoeksinstellingen.
Onderzoek is per
definitie een internationaal gebeuren. Durf dus over de grenzen te kijken. Dit
kan je carrière alleen maar ten goede komen, en is een extra troef bij
een eventuele terugkeer naar Vlaanderen. De EU-website Euraxess biedt een antwoord op praktische vragen in
verband met mobiliteit van onderzoekers binnen Europa. Ook buiten Europa zijn
er tal van mogelijkheden. Zo kent de Belgian-American Educational
Foundation beurzen toe
aan beloftevolle onderzoekers.
Naast de universiteiten
en de wetenschappelijke instellingen is ook het bedrijfsleven een steeds
belangrijker afzetmarkt voor doctores. Velen kunnen terecht in
R&D-afdelingen van grote ondernemingen. Het percentage gedoctoreerden in
chemie, farmacie en elektronica is hoog. Een groot deel van de doctores komt
echter eveneens terecht in de dienstverlenende sector, waar de disciplinaire
achtergrond en het doctoraat een minder specifieke rol in de tewerkstelling
lijken te spelen.
Overigens moet de
tegenstelling tussen de academische wereld en het bedrijfsleven niet al te
scherp gesteld worden. Meer en meer zien we voorbeelden van
‘intersectoriële’ mobiliteit tussen universiteit en bedrijf.
Alleen al het bestaan van zogenaamde spin-offs, bedrijven die uit academisch
onderzoek voortkomen, toont deze groeiende interactie aan. Ook financieringsmechanismen zoals de Baekeland-mandaten zijn daarvan een bewijs.
Ook in de publieke
sector zijn onderzoeksfuncties beschikbaar. Zo doen verschillende
overheidsinstanties beleidsvoorbereidend onderzoek, waarvoor je als doctor
uitstekend gekwalificeerd bent.
Buiten het onderzoek
Tijdens je doctoraat verwerf je tal
van algemene vaardigheden die van nut kunnen zijn in andere beroepen en andere
sectoren. Je kan dus uiteraard ook buiten het wetenschappelijk onderzoek
terecht.
Zo leer je omgaan met strikte deadlines,
vlot communiceren, organiseren, en creatief oplossingen zoeken. Aan de K.U.
Leuven werd een competentieprofiel uitgewerkt
waarin je kan nagaan welke competenties je zoal verworven hebt via welke
bezigheden. Het komt er op aan om je kleuren te verdedigen wanneer je na je
doctoraat op zoek gaat naar een job, en duidelijk te maken dat een doctorandus
allesbehalve een wereldvreemde vakidioot is, maar een hooggekwalificeerde
kracht met een substantiële meerwaarde op de arbeidsmarkt.