Financiering
Los van het precieze statuut dat je
hebt (bursaal of werknemer) is een bezoldigde, voltijdse opdracht de meest bewandelde
weg naar een doctoraat. Het gaat immers om een zware onderneming die intense
studie vergt, en de combinatie met een andere job is – hoewel niet
uitgesloten – allesbehalve evident.
Of je in aanmerking komt voor een bepaald
financieringskanaal wordt door een aantal factoren bepaald. Studieresultaten
zijn meestal belangrijk, maar niet altijd doorslaggevend. De aanvraag wordt ook
nog op andere aspecten beoordeeld, zoals je motivatie, het gekozen
onderzoeksonderwerp, de voorgestelde methodologie. Vaak wordt de financiering
niet voor de gehele onderzoeksperiode vastgelegd, maar worden je
onderzoeksresultaten tussentijds geëvalueerd en moet je jaarlijks of om de
twee jaar rapporteren over de vooruitgang van je doctoraat.
Er zijn meerdere financieringsbronnen of
financieringskanalen om de periode van je doctoraatsonderzoek te financieren.
Waarvoor je kandideert, wordt meestal bepaald in samenspraak met de
onderzoekseenheid waar je wilt werken, in het bijzonder met je promotor.
Financiering voor het doctoraat kan gebeuren via:
- een aanstelling als werknemer (assistent) aan een
universiteit
- projectgebonden financiering, waarbij je als bursaal of
als werknemer tewerkgesteld wordt voor projecten (gefinancierd door o.m. FWO, IWT,
BOF, etc.)
- persoonsgebonden financiering (b.v. FWO, IWT,
VLIR-UOS,
BOF)
Elk van deze statuten is gekoppeld aan een bepaalde
aanvraagprocedure, een bepaalde (aanstellings)vorm (beurs of arbeidscontract)
en aan een bepaalde reglementering (toekenningsvoorwaarden, duur, e.a.). Voor
meer informatie raadpleeg je dan ook best de relevante website.