Het proces doctoreren
Doctoreren is een ongemeen boeiend, maar
tegelijk ook erg intensief proces. Je onderzoek houdt je de hele tijd in zijn
greep. Van het aanvragen van financiering over het schrijven van artikels en
het presenteren van je onderzoek op internationale congressen, tot de openbare
verdediging van je proefschrift: op elk moment kan de druk vrij hoog oplopen.
Maar de intellectuele voldoening over wat je verwezenlijkt (publicaties,
presentaties op internationale congressen, innovatieve resultaten), is ook
bijzonder groot.
Elk doctoraat vertrekt vanuit een goed
uitgewerkt onderzoeksvoorstel, waarin de gestelde onderzoeksvragen en de
gehanteerde methodologie duidelijk naar voor komen. Eventueel worden al een
aantal hypothesen geformuleerd die moeten bevestigd of ontkracht worden door
het onderzoek. Wanneer je je onderzoek succesvol afgerond hebt, dan giet je het
in de vorm van een proefschrift (eventueel op basis van reeds gerealiseerde
wetenschappelijke publicaties), dat je uiteindelijk openbaar verdedigt om je
doctorstitel te behalen.
Begeleiding
Het belang van een goeie promotor kan
nauwelijks overschat worden. Het moet iemand zijn die achter je onderzoek
staat, met wie je onderzoeksproblemen kan bespreken, en die je de nodige
logistieke steun biedt.
Tijdens je doctoraat word je ondersteund en
begeleid door een promotor, die in de regel behoort tot het zelfstandig
academisch personeel (ZAP) van een Vlaamse universiteit. Er is echter veel
variatie in de concrete vorm die de begeleiding aanneemt. Zo kan je bijvoorbeeld
aan een onderzoeksinstelling
werken onder de directe begeleiding van een ervaren
onderzoeker ter plaatse, of je kunt – sinds de academisering van het
hoger onderwijs buiten de universiteit – doctoreren in samenwerking met
een hogeschool. Sinds kort is er via het Baekelandprogramma zelfs
de mogelijkheid om binnen de onderzoeksafdeling van een bedrijf aan een doctoraat
te werken, en iemand uit het bedrijf als (co-)promotor te hebben. Er moet
echter altijd een band zijn met een van de zes Vlaamse
universiteiten: alleen zij hebben de formele
bevoegdheid om doctoraten uit te reiken.
Het belang van een goeie promotor kan nauwelijks overschat
worden. Het moet iemand zijn die achter je onderzoek staat, met wie je
onderzoeksproblemen kan bespreken, en die je de nodige logistieke steun biedt.
Hij is ook degene die je als doctorandus in contact brengt met andere
onderzoekers en je introduceert in de internationale onderzoekswereld. Hij
staat je bij in het schrijven van publicaties en zorgt, indien nodig, voor de
nodige bijsturing van het doctoraatsonderzoek. Zorg voor een goed contact met
je promotor en maak duidelijke afspraken over hoe je te werk zal gaan bij je
onderzoek. Verder gaat de promotor een engagement aan om toe te zien op het
goede verloop van de doctoraatsstudie, vanaf de formele aanvraag tot de
openbare verdediging.
Naast de klassieke situatie, waarin je aan
één enkele Vlaamse universiteit doctoreert, bestaat ook het
zogenaamde gezamenlijke
doctoraat (‘co-tutelle’),
waarbij een professor van een andere (Vlaamse of buitenlandse) universiteit
professor als tweede promotor of copromotor optreedt. Dit kan dan eventueel
leiden tot gezamenlijke diplomering of bidiplomering. Je moet voor deze
co-tutelle minstens gedurende zes maanden je onderzoek aan de andere instelling
verrichten.
Doctoraatsopleiding en doctoral schools
Naast het voorbereiden van een proefschrift
volg je als doctorandus ook een doctoraatsopleiding, die je kan
beschouwen als een soort opleiding tot onderzoeker. De doctoraatsopleiding is
echter geen “extra” opleiding die je dient te volgen. Flexibiliteit
is cruciaal en als doctorandus volg je het traject dat voor jouw
doctoraatsproject het meest geschikt is: het volgen van bepaalde vakken (al dan
niet met examen), het geven van seminaries en lezingen op internationale
congressen, enzovoort. Het stimuleren van de communicatie tussen onderzoekers
onderling en tussen onderzoekers en de maatschappij is een belangrijk
aandachtspunt voor de doctoraatsopleiding. Door dergelijke zogenaamde
‘transferable skills’ (‘overdraagbare vaardigheden’) te
verwerven word je als doctorandus voorbereid op je latere carrière
binnen of buiten de universiteit.
Om doctorandi een hoog niveau en een internationaal
georiënteerde vorming en wetenschappelijke training te geven, werden er doctoral schools opgericht in
de verschillende universiteiten, meestal georganiseerd per wetenschapsgroep.
Deze doctoral schools geven mee vorm aan de doctoraatsopleiding en
bieden aan doctorandi een uitgebreidere ondersteuning in de vorm van
gespecialiseerde opleidingen, workshops, gastlezingen, evenementen en andere
activiteiten die de kennis en de vaardigheden van doctorandi zowel verdiepen
als verbreden. Zij zijn ook het eerste aanspreekpunt voor doctorandi en voor
externen die informatie over het doctoraat willen verkrijgen.